Gezien ik besloot om in Maastricht te gaan studeren, was er niet aan te ontkomen: mijn eerste keer carnaval vieren. Zelf afkomstig uit een protestants christelijk dorp van boven de rivieren ben ik tot nu toe afgeschermd geweest van dit festijn, maar dit jaar is daar dan toch verandering in gekomen.
Twee weken geleden was ik al druk in de weer met de naaimachine en een meter stof, want op de een of andere manier had ik het in mijn hoofd gehaald dat het een briljant idee zou zijn om als cupcake de straten van ‘Mestreech’ onveilig te maken. Het kostte nogal wat tijd, maar uiteindelijk had ik voor 12 euro een kostuum bij elkaar dat in elk geval als cakeje identificeerbaar was. (Dit weet ik zeker, want ik werd gisteravond nagewezen door een dronken carnavaller die ‘kijk, een cupcake!’ riep.) Wel bleek dat de vorm van het geheel wat praktischer had gekund: in een menigte bewegen met een kostuum dat anderhalf keer zo breed is als jezelf blijkt toch wat problematisch.
Tot nu toe heb ik twee avonden gecarnavalt, en de kans is redelijk aanwezig dat ik het daarbij houdt voor dit jaar. De eerste avond was ik vooral bezig met damage control terwijl ik door een gigantische menigte heen en weer werd geslingerd (de enige plek om te dansen was ook meteen de enige plek om van links naar rechts te komen in de straat). De tweede avond was iets succesvoller in dat opzicht, want het was al een stuk minder druk.
Een groot voordeel van het cupcakepakje was overigens dat ik mijn jas eronder aan kon doen. Ik heb menigmaal met verbazing staan kijken naar meisjes die het aandurfden bij deze temperaturen enkel in een dun matrozenpakje en een panty de straat op te gaan. Of jongens in een kilt, met blote benen eronder. Misschien ligt dit aan mij, eeuwige koukleum als ik ben, maar ik denk toch niet dat ik het lang uit zou houden in minder dan één volledige laag kleding. Vooral naar mate de avond vorderde werd het behoorlijk koud, en aangezien de cafés uitpuilden was het toch voornamelijk de bedoeling dat we met de hele menigte op straat zouden blijven staan.
Zondagmiddag heb ik nog een beetje meegekregen van de optocht. Ik heb niet heel veel grote wagens gezien, maar het viel me wel op hoeveel mensen er aan zo’n optocht meedoen hier. Elke club of vereniging kan zich in principe aansluiten met een versierde bolderkar, en soms zijn er zelfs mensen zonder kar maar met een mooi kostuum die toch meelopen. En dan heb ik het nog niet eens over het aantal mensen dat aan de kant staat te kijken, en wat voor idioterieën zij allemaal hebben aangetrokken.
Mijn eerste carnaval kan ik alles bij elkaar bestempelen als prima geslaagd. Ik heb het wellicht niet helemaal op traditioneel correcte wijze gevierd, maar het was leuk en dat lijkt me het belangrijkst.




